Tweede liefde? Grootste liefde!

2liefdeEstelle heeft ‘m. Sylvie krijgt ‘m, net als Sabia. Yolanthe heeft ‘m, net als Jan, Liza, Wesley en Adam. Je tweede grote liefde. Want na je grote liefde, volgt de allergrootste liefde: je tweede liefde.

Ik was piepjong. Krap een dag achttien, eerstejaars hbo-studente en thuiswonend.
En hopeloos verliefd op jongeman 1. Mijn grote liefde, dacht ik. Na welgeteld drie dates (2x bioscoop, 1x café) was het officieel ‘aan’. Ik kende de jongeman in kwestie niet bijzonder goed. Praten in de bioscoop wordt niet echt gewaardeerd en diepgaande gesprekken, daar is een café iets te luidruchtig voor.

Toch was ik tot over mijn jonge honden-oren verliefd. De hele wereld mocht het weten: ik had verkering! Niet eerder had ik een vriendje. Ik was verliefd, had gezoend en gescharreld, kortom: geen muurbloempje. Maar een officieel vriendje? Dat nog nooit. Tot toen.

Dagen, maanden, zelfs jaren verstreken. De verliefde periode hield aan, ruim twee (!) jaar. Er ontstonden barstjes. Irritaties. Niet van die ‘hij doet de tandpasta-dop nooit terug op de tube’-issues. Nee. Grote, belangrijke meningsverschillen over hoe wij ons leven – samen – zouden inrichten. Die toekomst, die zag ik niet samen.

Hield ik van hem? Zeker. Maar niet genoeg het te laten werken. En zo, ruim drie jaar na onze ontmoeting, fietste ik met een gek gevoel in mijn buik naar zijn studentenkamer. Waar hij nog altijd woonde. Ook een van mijn frustraties.

Ikzelf was inmiddels vierdejaars hbo-studente en druk met mijn afstudeerproject. Mijn niet-meer-zo-grote-liefde was drie jaar ouder en zelf nog (steeds) niet in het bezit van een papiertje. Deadlines werkten niet zo voor hem. Heel frustrerend voor een perfectionistische streber als ondergetekende. Ik ken mezelf en kan me voorstellen: voor hem was mijn ‘peper’ waarschijnlijk net zo vervelend.

Zo had ik een compleet lijstje wat me stoorde. Hij ongetwijfeld ook. Dus sprak ik, op zijn studentenkamer, de historische woorden: ‘Ik hou van je, maar niet genoeg’. Enzovoorts, van dat kaliber. Huilend. Hij snikte mee, knikte herkennend en maakte gelukkig geen scène.

Na afloop van ons gesprek haalden we een patatje. Al die emoties kosten klauwen energie. Op de fiets terug naar huis voelde ik me opgelucht. Thuis zei mijn broertje treffend: ‘Je ziet rood en snotterig, maar lijkt gelukkiger’.

Mijn relatie, mijn eerste verkering, ging officieel de boeken in van mijn 18e tot een paar dagen na mijn 21e verjaardag. Monogamie is voor mij the only way it works, dus was ik redelijk onbenaderbaar voor het andere geslacht. Vrienden van de andere sekse à la, maar altijd duidelijk: ik was bezet. Ineens was dit niet meer het geval.
21 is een ideale leeftijd om single te zijn.

Plezier alom, discotheken, zomerfestivals, middernachtelijke logeerpartijtjes bij het andere geslacht, nachttreinen voor feestjes door het ganse land en zomervakanties naar de Kroatische kust. Twee jaar lang hebben mijn single vriendinnen en ik de bloemetjes behoorlijk buiten gezet. Een geweldige tijd, waar ik met een grote grijns op terug kijk.

Een dag na mijn 23e verjaardag stond ik op mijn werk ingepland met jongeman 2. Eerlijk is eerlijk: ik had hem wel eens zien lopen en qua looks was hij zeker mijn type. Maar die brakke middag (lees: een dag na mijn 23e verjaardag – waar de drank rijkelijk vloeide en ik 2 uur sliep) bleek hij ook nog eens heel aardig. En grappig. En charmant.

Ik moest ontzettend om hem lachen. Misschien door het nog aanwezige promillage in mijn bloed. Maar de weken daarna vond ik hem ook nuchter leuk. We werkten beiden fulltime en ik leerde hem daardoor goed kennen. Ik kon niet meer ‘zomaar’ naar mijn werk. Ik werd verschrikkelijk onzeker, wat moest ik aan? Kon ik nog zonder make-up naar mijn werk? Ik checkte het rooster op gezamenlijke shift en zwijmelde tijdens vrijmibo’s (stiekem) naast hem aan de bar.

Ruim zes maanden verstreken, waarin ik mijn uiterste best deed niets te laten merken. Ik zag hem praktisch iedere dag en we voerden de leukste gesprekken. Ook diepgaande gesprekken, soms tot midden in de nacht. Hopeloos. Tot hij me, na een aantal dates en logeerpartijtjes, officieel ‘verkering’ vroeg (maart 2007). Dat is bijna zes jaar geleden. Hij is de jongen met wie ik het langst een relatie heb. Hij is de man met wie ik in september ga trouwen!

We begrijpen elkaar zoveel beter, dan ik mijn eerste grote liefde begreep. Over basis-dingen denken we hetzelfde. Dat is fijn, want we wonen samen en delen een huishouden. In sommige dingen verschillen we veel meer dan ik met mijn eerste vriend deed. Soms is dat lastig. Maar veel vaker is dat heel erg leuk.

Dus ik weet zeker, net als Estelle, Jan, Yolanthe, Wesley, Liza en Adam: mijn tweede liefde is mijn grootste liefde.

En jij?

 

_______________________________________________________
(dit is een herschreven column van Lindsay uit 2009. Oude stukken die afgestoft en geredigeerd een nieuwe kans verdienen. Je vindt ze onder de tag “oudmaargoud”)

 

13 reacties

  1. Mijn eerste liefde was van mijn 15e tot 18e, maar wel gelijk serieus. Geen kalverliefdegeneuzel. Intussen zit ik al aan de vierde, dus dat de tweede liefde de grootste liefde is, gaat voor mij niet op :P En gefeliciteerd!

  2. Ik heb nu m'n 6e liefde, haha… Al moet ik eerlijk zeggen dat ze lang niet allemaal even heftig waren. Nummer 1, 4 en 6 waren het toch wel écht. Dus mijn 3e grote liefde eigenlijk.

  3. Wat mooi en romantisch!

    De echte grote liefde moet ik nog tegenkomen. Wel wat (kleine) liefdes gehad waarvan er denk ik 1 wel als groot kan bestempelen. Toen in elk geval wel. Maar ach, dat was van mijn 17e-19e.

    Dus kom maar door met die ware! :o)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *