Sharing is caring? Over sharenting: online privacy

  

Op wat ingescande throwback thursday-foto’s na, bestaan er online weinig foto’s van mij als baby en/of kind. Dat komt natuurlijk door mijn geboortejaar en het ontbreken van the interwebz destijds. Anno 1983 was er nog geen Instagram, Twitter of blog waar ik, vers uit de vajayjay, tentoongesteld kon worden. Foto’s werden in albums geplakt of in mappen gestoken. In het ergste geval werden die albums van zolder gehaald toen je vriendje voor het eerst bij je thuis kwam. Aangezien je in die tijd analoge camera’s met rolletjes had, moest je selectief zijn in het schieten. Als je met één rolletje maar 24 foto’s ter beschikking had, dacht je wel twee keer na over je lucky shot.

Hoe anders is dat nu. Met een ieniemienie smartphone maak je ontelbaar goede foto’s en deze deel je in één klik met al je volgers, lezers of Facebook-vrienden. En vergeet niet alle statusupdates waar je iedereen deelgenoot van kunt maken. Dat ik al vroeg liep, wist onze buurvrouw, de caissière en mijn oppas. Tegenwoordig kun je dat in één keer delen met die ene basisschoolvriendin (die je nog altijd op Facebook hebt), je ex-scharrel en de collega wiens vriendschapsverzoek je per ongeluk accepteerde. Maar is dat eigenlijk wel zo leuk om met hen te delen? En zitten mensen daar überhaupt op te wachten?

 

Sharenting, zo wordt de term genoemd waarin ouders overvloedig foto’s en informatie over hun kroost delen. Sharenting maakt het wel en wee van jonge kinderen ineens behoorlijk publiek. Uit onderzoek (bron) blijkt dat bijna driekwart van de ouders iemand kent die zich schuldig maakt aan oversharing. Vooral het plaatsen van ongepaste foto’s of gênante verhalen van andermans kinderen wordt als hinderlijk ervaren.


(bron: abc15.com)

Als grootste risico van oversharing wordt gevreesd dat een vreemdeling gevoelige informatie over het kind in kwestie te weten komt, of dat er iets onzedelijks met de foto’s gebeurt. Als je kind een bedplasser is, jij als ouder horendol wordt van haar of zijn slechte slaapgedrag of volgescheten luiers waarbij de stront van de muren afdruipt op de kiek zet, is dat online en openbaar wellicht TMI.


(bron: mommyish.com)

Misschien deel jij als ouder informatie waar je kind zich later voor geneert of schaamt. Maar als het er eenmaal op staat, is het lastig ongedaan te maken. Je kunt het verwijderen van je social media, je blog of whatever, maar wie weet hoeveel printscreens of back-ups er zijn gemaakt? Je hebt absoluut geen controle over wie het ziet en waar het belandt. Zo zijn deze updates doodleuk opgenomen in een blog op mommyish.com. Gelukkig zijn er meerdere mama’s die Susan heten en is de onderste naam gecensureerd.


(bron: mommyish.com)

Ik vind het een lastig onderwerp, juist omdat het kinderen betreft. Echt bezwaar kunnen ze (nog) niet maken en tegen de tijd dat ze er iets van vinden, kun je niet meer terug. Uit onderzoek (bron) blijkt namelijk dat de meerderheid van de ouders die oversharen, bang zijn dat ze hun kinderen later in verlegenheid brengen met eigen online gedrag. Dat besef deed ze echter niet minderen met sharenting.

Ik balanceer ergens in het midden, denk ik. Je kunt moeilijk van jezelf beoordelen of je teveel, gemiddeld of minder dan de doorsnee ouder plaatst. Zeker omdat ik geen Facebook, Instagram of Snapchat meer heb. Misschien haal ik het gemiddelde, ondanks mijn blog, flink omlaag. Juist omdat ik behalve mijn blog en Twitter, geen middelen (meer) heb om aan sharenting te doen. Maar zelfs toen ik nog over meerdere social media beschikte, heb ik altijd een bewuste keus proberen te maken in wat ik deel.

Op mijn blog deel ik veel, maar ik hou zelf altijd de eindredactie in de hand. Ik pas censuur toe en kan van mening veranderen. Besloten we eerst unaniem geen foto’s te delen waar Tara’s gezicht herkenbaar in beeld zou komen, dat veranderde toen ik zo trots als een aap met zeven lullen mijn mooiste meisje wilde showen. Inmiddels krijgt ze steeds meer haar eigen, herkenbare gezichtje en zijn we weer wat terughoudender met het delen. Daar voelen wij ons op dit moment goed bij, en ja: dat is dus aan verandering onderhevig.

Ook al lijkt het of ik over (bijna) alles blog, ik ben me terdege bewust van wat ik wel of niet online wil plaatsen. Ik ben online absoluut en helemaal mezelf, maar probeer wel enigszins gepaste afstand te houden en niet mijn volledige leven digitaal te delen. Over ieder woord denk ik na en iedere blogpost wordt een nachtje in concepten bewaard, om de volgende dag opnieuw te lezen. Zeker als dat een blogpost betreft over mijn gezinsleven. Deze worden bovendien altijd extra gecheckt door mijn wederhelft a.k.a. de vader in kwestie. Niet omdat hij de baas is en ik zijn goedkeuring nodig heb, maar juist om samen te bepalen wat wij acceptabel vinden. We zijn gelijkwaardig als ouder en vinden het belangrijk om samen te bespreken wat wij deelbaar vinden. Of wat niet.

Ik denk na over de actuele reacties die er nu op kunnen volgen, of reacties in de toekomst. Vanuit welke hoek dan ook: onze huidige banen, vrienden, collega’s of zelfs klasgenoten, docenten of opleidingen waar Tara in de toekomst mee te maken zal krijgen. Ik stel mezelf vaak drie vragen:

1. Als deze informatie over mij als kind naar buiten kwam, zou ik daar als tiener of volwassene boos, gekwetst of verdrietig van worden?
2. Is dit iets wat een passant op straat, de kassière of marktkoopman ook kan zien?
3. Is het enigszins gênant, om je voor te schamen of brengt het mijn kind in diskrediet?

Als ik op de eerste vraag ‘ja’ kan antwoorden, dan verschijnt dit feitje of deze foto niet online. Ik lees overigens in datzelfde onderzoek dat veel ouders online steun bij elkaar vinden. Social media is bij uitstek een vraagbaak om in contact te komen met andere ouders. Je hebt direct contact en kunt al je problemen voorleggen aan gelijkgestemden en ervaringsdeskundigen. Maar dan ga je dus wel met de billen bloot. Soms zelfs letterlijk, in het geval van je kind.

Google werkt evengoed en daar ziet niemand wat je in de zoekbalk intypt. Je kunt naar hartenlust zoeken naar oplossingen voor slaapproblemen, bedplassen, driftaanvallen, relatieproblemen of whatever. Niemand die het weet en als je toch wilt meepraten, maak dan een anoniem account aan op de talloze fora die er voor ouders bestaan. Kun je lekker beppen zonder dat dit naar je kleintje te herleiden is.

Mijn tweede vraag heeft te maken met de gelijkenissen tussen de online en offline wereld. Als je mij op straat tegenkomt met een vrolijke, kleine blondine in de draagzak, dan valt je waarschijnlijk op dat ze een slangetje in haar neus heeft. Gisteravond in de Mac vroeg een ander kindje doodleuk: “Is dat om muziek te luisteren in haar oor?”. Liefde voor kinderlogica. Het is nu eenmaal een feit dat ons kind prematuur geboren is en ze door de moeilijke start sondegevoed wordt.

Dat zie je in het echte leven, dus daar ben ik online ook open over. Het is niet gênant, ik schaam me er niet voor en wij verwachten ook niet dat ze zich hier later zélf voor schaamt. Misschien wordt ze er wél mee gepest. Daar houden we rekening mee. Je hebt rotkinderen die alles zullen aangrijpen om hun eigen onzekerheid te overschreeuwen.

Pesten is (helaas) onvermijdelijk in een kinderleven. Zelfs compleet gezonde kinderen worden gepest. Kinderen met een bril worden gepest, kinderen die lang zijn worden gepest (feit), kinderen die dik zijn worden gepest, kinderen die het lievelingetje zijn worden gepest, kortom: eigenlijk alle kinderen worden er heus een keer uitgepikt. Aan dit feit kun je niet zoveel doen. Ook aan sondevoeding niet. Dit angstvallig verbergen is geen doen, dat doen we offline ook niet.

Over andere dingen lees je vrij weinig van mijn hand. Geen tandjes die doorkomen, geen moeilijke ontlasting of potjestraining, geen slapeloze nachten, geen compleet schema en geen uitgebreide analyse van het karakter van mijn kind. Om heel eerlijk te zijn, voel ik ook geen behoefte om hierover te bloggen. Het interesseert me namelijk geen ruk om dit van andere kinderen te lezen, dus mijn toevoeging hierin op het wereldwijde web lijkt me echt non-informatie en verre van interessant.

Als de derde vraag ook maar enigszins met ‘ja’ kan worden beantwoord, is ‘ie ook van tafel. Ik wil mijn kind niet in diskrediet brengen door gênante verhalen de wereld in te slingeren. Die verhalen bewaar ik wel voor als haar eerste vriendje op bezoek komt, hehe. Of als ze 18 wordt en ik op haar verjaardag in geuren en kleuren uit de doeken doe dat… Nou ja, dat vertel ik je dan wel als je erbij bent ;-).

Sommige herinneringen of momenten zijn namelijk te mooi om met iedereen te delen. Voordat ik op vakantie ging, vroegen een aantal YouTube-abonnees of ik zou vloggen op vakantie. Ik was dat wel van plan en heb de camera regelmatig gepakt. Maar tijdens het monteren voelde het ineens zo stom! Ik wil helemaal onze eerste vakantievideo niet met iedereen delen. En dat terwijl ik wél een compilatie van haar eerste verjaardag heb gedeeld, met het nodige knip- en plakwerk om dezelfde, gecensureerde reden. Zoals ik enkele alinea’s hierboven al schreef: ik kan ook van mening veranderen.

Één van de mooiste complimenten die ik ooit van een lezeres heb ontvangen, is de volgende: “Wat ik goed vind is dat je bepaalde zaken bewust buiten je blog laat en privé houdt. Daardoor kom je niet over alsof je continue in het middelpunt van de aandacht wilt staan, wat ik ook fijn vind bij mij vriendinnen“.

Dat is natuurlijk een beetje dubbel, want iedereen die blogt is in mijn beleving ietwat narcistisch. Als blogger kies ik er bewust voor in de aandacht te staan. Ik deel tenslotte dingen over mijn persoonlijke leven. Daarom probeer ik een voor mij prettige middenweg te vinden tussen de dingen in mijn leven die ik uitlicht en de dingen die ik achterwege laat.

Toch kunnen we (nog) niet met zekerheid zeggen of die middenweg goed genoeg wordt bevonden door het jongste lid van ons gezin. Daarom stellen we soms onze mening soms bij, als we denken dat dat meer in haar belang is. Haar online welzijn staat op de eerste plek, hoe graag we sommige dingen ook zouden willen delen. We zijn retetrots op die kleine rakker en geloof me: mijn telefoon staat vol prachtige plaatjes. Maar ik wil niet die oversharenting ouder zijn, waar driekwart van het onderzoek over spreekt.

Zeker omdat ik het een ‘eigen schuld, dikke bult’-consequentie vind wanneer je kritiek krijgt of haters aantrekt. Dat is inherent aan jezelf in de kijker spelen. Dat moet je, in mijn optiek, ook gewoon accepteren. Je kunt moord en brand schreeuwen omdat mensen een mening over je vormen, maar je voert zelf de trollen, om in internettermen te blijven. Als jij ervoor kiest om een persoonlijke blog te schrijven, kun je donder op zeggen dat men daar iets van vindt. Het is aan jou wat je daarmee doet.

Dat geouwehoer over een dikke huid krijgen, is niet zo mijn ding. Het is nooit leuk om stomme dingen te horen of lezen, ook al gebeurt dat voor de triljoenste keer en op welk vlak dan ook. Over jezelf, van artsen, van mensen op straat of achter je rug om van anderen. Wat belangrijk is, is hoe je dit incasseert. Hoe je ermee omgaat. En de allergrootste invloed die je hier zelf op hebt, is het al dan niet delen van informatie die belastend is voor jouzelf en je naasten.

Wat er niet is, kan niet gebruikt worden. Zo simpel is het misschien.

Er is geen goed of fout in dit onderwerp, juist omdat het zo persoonlijk is. Wat jij van jouw kind deelt, is volledig aan jou. Ieder heeft zijn of haar eigen normen en waarden en mijn blog is geen aanval op mensen die meer of juist minder delen. Zoals ik schreef: vaak interesseren andermans updates me te weinig om me hier druk om te maken. Wie weet vind jij me hypocriet of juist vreselijk overdreven: om zo ver vooruit na te denken over de school- of studiecarrière van mijn dochter en onze online invloed daarop. Misschien dacht je er zelf juist helemaal niet over na, dat is evengoed prima.

Ik schrijf, zoals ik al jaren doe op dit blog, over onderwerpen waar ik op dat moment over nadenk. Zo ook sharenting. Ik deel en blog over hoe ik de zaken persoonlijk aanpak en wat mijn gedachten zijn. Wellicht ook een vorm van persoonlijke oversharing en narcisme, als ik het zo bekijk. Anyway. Een beetje bewustwording in een wereld waar we (online) meer van elkaar weten dan ooit. Dat.

Hoe sta jij in sharenting? Ben je bewust van wat je deelt en hou je rekening met de gevolgen? Of zie je dat allemaal later wel?

Liefs,
Lindsay

PS: Eigen kinderfoto’s die ik na jaren nog steeds met liefde deel, sharing is caring:

 
 

7 reacties

  1. Ik vind dat je er goed mee omgaat en het heel duidelijk hebt beschreven. Ik heb mezelf ook vaak afgevraagd: hoe zou ik dit doen? Ik heb geen kinderen dus vind het lastig om erover te oordelen maar begrijp je heel goed. Ik vind updaten van andersmans kinderen meestal leuk maar lang niet van iedereen. Soms leef ik zo mee met een blogger omdat ik ze al zo lang volg en je dan kleine stukjes meemaakt van die grote stappen in het leven zoals samenwonen, verhuizen, trouwen enz . En dan vind ik het leuk om foto’s van de Beeb zien. Gewoon om te zien hoe groot ze al zijn geworden. Maar ik snap ook heel goed dat veel bloggers/YouTubers dat niet doen. Ik heb dit lang niet bij iedereen hoor en de overkill met foto’s van het eerste poepje vieze gezichten en elk boertje dar ze laten en ga zo maar door vind ik dan ook niet nodig. En zeker niet als het foto’s of vlogs/blogs zijn waar het kind later last van zou kunnen hebben.
    Denk alleen niet dat veel mensen zich dat realiseren.

  2. Haha wat een leuke foto’s van vroeger. Nostalgie. Maar zonder gekheid. Ik vind dat jij een goed voorbeeld (bedoeld of onbedoeld) ben van niet oversharing. Ik vind het natuurlijk prachtig om af en toe qat kiekjes van Tara te mogen aanschouwen maar vind wel dat ieder persoon privacy verdiend. Ik ben zelf tegen teveel sharen. Vooral kinderen want die kunnen nog niet aangeven hoe en wat. Ik maak vaak foto’s van MN neefje met toestemming maar die blijven in privésferen. Moeder bepaald zelf wat ze deelt. Ik deel niks. Ik alleen foto’s van mezelf of volwassen vrienden die het goed vinden. Als ik ooit van een kind iets wil delen zal ik daar dan ook expliciet toestemming om vragen. Ik vind dat je dit onderwerp heel mooi hebt weten te omschrijven en goed dat je er aandacht aan besteedt. Want men realiseert zich veelal niet dat al die foto’s of informatie op het web blijft.

  3. Geen kinderen, dus geen ervaring mee, maar ik zie bij medebloggers vaak dat ze wel foto's maken van hun kroost, maar dan enkel van de achterkant of zonder hoofd. Zo zijn ze toch aanwezig op de blog, maar niet herkenbaar. Ik vind dat een heel mooie tussenweg tussen wel en geen dingen van je kind delen. Overigens ontvolg ik de moeders onder mijn Facebookvrienden die elke scheet van hun kind(eren) op Facebook delen. Ik snap dat ze trots zijn, maar ik vind het gewoonweg niet interessant om te weten dat kind S. liever van een fruithapje heeft dan een hapje van spinazie of bietjes.

  4. Het lijkt me een lastige kwestie, ik heb geen kinderen dus hoef er gelukkig niet over na te denken maar ik denk dat ik ze op mijn blog niet met naam en herkenbare foto zou plaatsen. Alleen zoals hierboven beschreven word de achterkant van het hoofd etc. Zo behandel ik alle mensen op foto's op mijn blog dus denk dat ik dat hetzelfde zou doen.

  5. Goed stuk, helder opgeschreven. Ik heb natuurlijk geen kinderen, maar vind vooral dat iedereen het lekker zelf moet weten. Ik ben een beetje allergisch geworden voor dat vele, vaak ongefundeerde commentaar dat mensen online op elkaar hebben, over welk onderwerp dan ook. Als ik voor mezelf spreek, denk ik dat ik het niet zou kunnen laten om foto's van mijn kind te delen (natuurlijk het leukste van de wereld), maar dat ik het wel zou houden bij mooie, respectvolle foto's waar mijn kind zich later niet voor hoeft te schamen. Met een beetje verstand kom je al heel ver.

Laat een reactie achter op Lenneke Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *